Prijsstabiliteit boven alles

Deze week was Mario Draghi in de Tweede Kamer om uitleg te geven over het monetaire beleid van de ECB. Niet geheel onverwachts kreeg hij vooral vragen over het stimuleringsprogramma van €60 miljard per maand. De conclusie van het verhaal was dat de ECB haar stimuleringsbeleid zal voortzetten, omdat het allemaal binnen de kaders van het mandaat van prijsstabiliteit blijft.

Onder het mom van prijsstabiliteit heeft de centrale bank inmiddels voor €1.700 miljard aan staatsobligaties en bedrijfsobligaties opgekocht. Daarmee is de rente naar een historisch laag niveau gedaald, met als gevolg dan iedereen weer kan lenen alsof er niets aan de hand is. In Nederland zitten we met een huizenbubbel, terwijl de zuidelijke landen van de Eurozone achterover kunnen leunen en de noodzakelijke bezuinigingen voor zich uit kunnen schuiven.

Prijsstabiliteit

Wat de ECB op dit moment doet is misschien niet in strijd met het mandaat van prijsstabiliteit, maar wel met de gedachte waarmee de centrale bank ooit werd opgericht. Duisenberg zei in 2005 dat geld boven alles een sociaal contract is, waar alle gebruikers van de munt op moeten kunnen vertrouwen. Met de lancering van de euro was de eerste valuta geboren die geheel onafhankelijk opereerde van de politiek.

Dat gaf spaarders vertrouwen, omdat die niet meer bang hoefden te zijn voor devaluaties. Ook gaf het bedrijven en investeerders vertrouwen, omdat die niet langer hoefden te vrezen voor grote schommelingen in de wisselkoersen.

ECB moet terug naar haar fundament

Het leek allemaal zo mooi, maar vandaag de dag moeten we helaas concluderen dat ook de ECB onderhevig is aan politieke druk. Tijdens de Europese schuldencrisis werden de fundamenten van de euro ondermijnd om een acute politieke crisis te voorkomen.

Nog niet zo lang geleden werd een nieuw dieptepunt bereikt, toen de ECB bekend maakte dat ze er alles aan zou doen om banken te helpen die door de uitslag van de Franse verkiezingen in de problemen zouden komen. Een centrale bank die iedereen te hulp schiet… dat kan alleen maar van kwaad naar erger!

Draghi zei in de hoorzitting van deze week dat het niet zijn taak is om een held te zijn. Hij zou pas echt een held zijn als hij de onafhankelijkheid van de centrale bank zou respecteren door het opkoopprogramma snel af te bouwen!

Frank Knopers

Deze column verscheen eerder op Goudstandaard

Raakt de olie wel op?

Op school hebben we altijd geleerd dat olie ooit ontstaan is uit de ontbinding van plantenresten en prehistorische zeedieren, vandaar de naam fossiele brandstof.

Gekoppeld aan deze theorie is de theorie dat de olie binnen afzienbare tijd opraakt (peak oil) en dat we daarom versneld moeten overschakelen naar alternatieve en duurzame energiebronnen. Doen we dat niet, dan gaat de wereld aan onbetaalbare olie of aan klimaatverandering ten onder.

Maar loopt het allemaal echt zo’n vaart? En zijn onze veronderstellingen ten aanzien van de herkomst van olie wel correct? Ik heb mij onlangs eens verdiept in een radicaal andere theorie, die stelt dat olie bij hoge temperaturen ontstaat in de kern van de aarde.

Volgens deze theorie is er binnenin de aarde een gigantische hoeveelheid koolstof aanwezig, die door de hoge temperatuur verandert in olie en vervolgens door de scheurtjes in de aardlagen zijn weg naar boven vindt. De olie komt tot vlak boven het aardoppervlak, waar het zich ophoopt en een olieveld vormt. Dat verklaart misschien ook wel waarom olie meters omhoog gespoten wordt bij het aanboren van een nieuw veld.

oil-gusher

De vondst van een olieveld in 1910

Abiotische olie

De theorie van deze zogeheten abiotische olie werd in de jaren vijftig nieuw leven ingeblazen door de Russische geoloog Nikolai Alexandrovitch Kudryavtskev en de Oekraïense professor Emmanuïl Bogdanovych Chekaliuk. Zij documenteerden de theorie die door een minderheid van de Russische en Oekraïense geologen nog steeds onderschreven wordt.

Onderzoekers hebben de omstandigheden in het binnenste van de aarde proberen na te bootsen, waaruit naar voren kwam dat er inderdaad olie kan ontstaan bij de hoge druk en hoge temperatuur die op 10 kilometer diepte te vinden zijn. Hieronder een Duitse documentaire met meer uitleg. Helaas is er geen ondertiteling voor beschikbaar, maar de video is over het algemeen goed te volgen.

Raakt de olie echt op?

Op het internet zijn verschillende bronnen en video’s te vinden waarin deze alternatieve theorie over olie verder wordt uitgelegd. Ik kan u ten zeerste aanraden om hier eens wat over te lezen of te bekijken, want de implicaties van deze theorie zouden wel eens enorm kunnen zijn.

Er zijn al aanwijzingen te vinden die deze theorie van abiotische olie bevestigen, want in oude olievelden die al lang geleden als uitgeput werden beschouwd is vele jaren later opnieuw olie gevonden. Zou dat olie zijn die vanuit het binnenste van de aarde weer naar boven komt en in de lege reservoirs stroomt?

Peak oil?

Wereldwijd wordt nog steeds aangenomen dat olie een fossiele brandstof is die over een aantal generaties niet meer zo ruim voorhanden is als nu. Juist in dat kader is het interessant om te luisteren naar de woorden van de directeur van Saudi Aramco, het grootste oliebedrijf van Saoedi-Arabië.

Hij zei deze week nog het volgende over ‘peak oil’ en de voorspelling dat de vraag naar olie door de komst van alternatieve energiebronnen ook een piek zal bereiken:

De wereldeconomie zal in 2050 volgens schattingen in omvang verdubbeld zijn, dus de vraag naar olie zal dan ook groter zijn. Het idee van de vraag naar olie dicht bij een maximum ligt is minstens zo misleidend als de inmiddels ontkrachtte theorieën over ‘peak oil’.

Wat denkt u? Raakt de olie echt op of is het een energiebron die voortdurend wordt aangemaakt in het binnenste van de aarde? En wat zouden implicaties hiervan kunnen zijn ten aanzien van geopolitiek, de economie en ons milieu? Kortom, voer om over na te denken!

Frank Knopers

Deze column verscheen eerder op Goudstandaard

Vertaling: Wim Duisenberg speech over de euro (2002)

Wim Duisenberg sprak op 9 mei 2002 wijze woorden over de euro. Over de reden voor de totstandkoming van deze munt en het ‘sociale contract’ dat geld is. De euro kreeg in dat jaar de Charlemagne Prize, een prijs die jaarlijks wordt toegekend aan één of meerdere personen of een organisatie die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de Europese eenwording.

Acceptatiespeech Duisenberg (9 mei 2002)

Dames en heren,

Voor de eerste keer heeft de Charlemagne Prize Association besloten om geen individu of een groep mensen te vereren, maar een object. U hebt gekozen om de eer toe te kennen aan “de euro – ons geld”.

Al meer dan een decennium weet de monetaire unie de publieke aandacht op zich te vestigen en is het onderwerp van discussie. De diepte van het gevoel dat de euro heeft gebracht – enthousiasme of vijandigheid – is veel groter geweest dan we gewend zijn in dit weinig glamoureuze veld van economisch management dat we monetaire beleid noemen.

In feite ging de meeste aandacht niet uit naar de valuta zelf, maar naar de onderliggende politieke visie, waarvoor de munt symbool is komen te staan. Door vandaag de Charlemagne prijs te accepteren namens de euro, wil ik graag de eer doorgeven aan diegene die deze visie voor Europa gesmeed hebben en tot werkelijkheid hebben gemaakt. Onder hen waren Helmut Kohl en François Mitterand, die deze prijs samen wonnen in 1988.

De visie van een verenigd Europa was geboren – laten we dat niet vergeten – vanuit een wens van vrede van welvaart in een continent dat zo vaak verdeeld is geweest door moorddadige conflicten en dat de wereld twee generaties lang verwikkeld heeft in twee Wereldoorlogen.

Het zou onnauwkeurig zijn om te zeggen dat de visie van een verenigd Europa louter is voortgekomen uit de horror van de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Die visie bestond daarvoor al. Maar het waren deze twee grote oorlogen waaruit de oprichters van het huidige proces van Europese integratie de kracht vonden die eerdere visionairs niet konden vinden. In de jaren twintig rees de Oostenrijkse diplomaat Count Coudenhove-Kalergi op als de oprichter van de Europese beweging. Hij merkte op dat “meer dan de gemeenschappelijke geschiedenis, het de gemeenschappelijk bestemming is, die een verenigd Europees volk noodzakelijk maakt”. Overigens, en niet verbazingwekkend, werd hij de eerste persoon die de Charlemagne prijs kreeg. En zoals Aristide Briand, de Franse staatsman, later uitwees, is het de wederzijdse kwetsbaarheid van de mensen van Europa – vanwege de geografie van ons continent – hetgeen dat de voorwaarden schept voor solidariteit en de behoefte duidelijk maakt voor onderling vertrouwen.

Dit, in essentie, was de boodschap die Robert Schuman exact 52 jaar geleden verkondigde op deze dag, in zijn beroemde verklaring die leidde tot de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS). De EGKS wordt door historici over het algemeen erkend als het startpunt van Europese integratie. L’Europe – dit zijn de woorden van Schuman – ne se fera pas d’un coup, ni dans une construction d’ensemble. Elle se fera par des réalisations concrètes, créant d’abord une solidarité de fait. Europa zal niet in één keer gemaakt worden of volgens een eenduidig plan. Het zal gebouwd worden door concrete mijlpalen, die een de facto solidariteit creëerden.

Hoe de euro bijdraagt aan deze solidariteit – misschien nog wel meer dan welke andere mijlpaal die totnogtoe bereikt is – is waar ik nu als eerste op wil terugblikken.

Een sociaal contract

Wat is geld? Economen weten dat geld wordt gedefinieerd door de functies die het vervult, als een ruilmiddel, een rekeneenheid en als een opslag van waarde. Maar, minstens zo belangrijk, geld wordt ook gedefinieerd door de gemeenschap voor wie ze deze functies uitoefent. Omdat het een economisch instrument is voor al haar gebruikers schept ze onderling ook een politieke en culturele band. Denk aan dit simpele feit: we betrekken ons dagelijkse in een uitwisseling van goederen en diensten waarbij we geld gebruiken als ruilmiddel. We bieden onze arbeid aan in ruil voor geld, dat in zichzelf geen waarde heeft. We doen dit alleen omdat we erop vertrouwen dat we dat geld kunnen gebruiken voor de uitwisseling van goederen en diensten. Dit feit zegt op zichzelf al veel over het vertrouwen dat we leggen in het geld. En het zegt nog meer over het vertrouwen dat wij als mensen in elkaar hebben. Vandaar dat geld, in essentie, een sociaal contract is.

De euro vertegenwoordigt, waarschijnlijk meer dan elke andere valuta, het onderlinge vertrouwen in het hart van onze gemeenschap. Het is de eerste valuta die niet alleen haar koppeling aan goud verbroken heeft, maar ook haar koppeling aan de natiestaat. De euro wordt niet gedekt door de duurzaamheid van het metaal of door de autoriteit van de staat. Precies datgene wat Sir Thomas More vijfhonderd jaar geleden zei over goud – dat het gemaakt is voor mensen en dat het door hen gewaardeerd wordt – sluit goed aan op de euro.

Elke valuta is een symbool van de gemeenschap die ze dient. Het is een symbool voor de gemeenschap als geheel, maar ze vertegenwoordigt ook de politieke en culturele verbondenheid tussen alle mensen in de gemeenschap. Ik weet zeker dat deze verenigde kracht gevoeld werd – ik zou geneigd zijn te zeggen, fysiek – door diegene die dit jaar van het ene euroland naar het andere gereisd hebben.

Van één markt naar één valuta

Het is onvoldoende om te zeggen dat de euro symbool het symbool is van een grote Europese gemeenschap. In feite komt de introductie van de euro ook terug bij de economische belangen die ze materialiseert. In lijn met de functionalistische benadering van Europese integratie die door Schuman en Monnet gehanteerd werd is de bredere Europese visie bereikt door eerst de nadruk te leggen op economische integratie.

In 1957, toen de Europese Economische Gemeenschap (EEG) tot stand kwam, was het haar doel om een vrijhandelszone te creëeren voor de circulatie van goederen, diensten, kapitaal en arbeid. Dit doel werd bereikt met de bekrachtiging van de European Single Act in 1986 en met de creatie van één markt in 1993.

De vier markten voor goederen, diensten, kapitaal en arbeid zijn precies die markten die het geld moet dienen. Het zijn de grenzen van die markten die het gebied definiëren waarin geld het publiek dient als ruilmiddel, rekenmiddel en spaarmiddel. Bezien vanuit dit perspectief lijkt de conclusie een natuurlijke: als geld een publiek goed is op het niveau van de Europese markt, dan is dat ook het niveau waarop de gemeenschappelijke munt gevestigd moet worden. In de context van de Europese markt was de invoering van een gemeenschappelijke munt de manier om er zeker van te zijn dat de bevolking volledig profijt kan halen uit alle functies van geld. In tegenstelling tot het weghalen van geld van de mensen heeft de monetaire unie juist het geld aan hen teruggegeven.

Een tweede contract

Het feit dat de euro economische wortels heeft vermindert haar significantie als een sociaal contract niet. Echter is het succes van de euro, als sociaal contract, alleen mogelijk gemaakt door haar vast te leggen in een tweede akkoord, een constitutioneel contract tussen de burgers die de euro gebruiken en de institutie die de taak heeft gekregen de munt te beschermen.

De erkenning dat het management van de valuta een politieke functie is, vereist een contitutionele ruggengraat die niet bepaald nieuw is. In 1360 was de Franse bischop en filosoof Nicolas Oresme één van de eerste die succesvol kon beargumenteren dat geld niet toebehoort aan de staat, maar aan “de gemeenschap en aan al haar leden”.

Men kan de architecten van het Verdrag van Maastricht louter prijzen. Zij erkenden de noodzaak om de functies van geld aan te bieden op een Europees niveau. De architecten van het verdrag begrepen ook dat deze enkele munt haar monetaire functies en haar integrerende kracht alleen kan vervullen zo lang ze haar waarde behoudt. Daarom schreven ze een solide monetaire grondwet om de functionaliteit en de stabiliteit van de munt te waarborgen.

Het hoofdstuk van het verdrag dat verwijst naar geld is, in essentie, een contract dat de mensen van Europa verbindt aan hun monetaire autoriteit. Zoals ieder contract telt ook deze vijf elementen.

Als eerste is er de definitie van het belang dat op het spel staat, dat is om de economie en de maatschappij te dienen met een medium dat op een betrouwbare en duurzame manier de drie functies van geld kan vervullen. In een woord uitgedrukt is het doel van dit contract om de integriteit van de munt te behouden.

Ten tweede beschrijft het contract de institutie die men toevertrouwt voor deze missie. Dat zijn uiteraard de Europese Centrale Bank en de centrale banken van de eurozone, waar men gezamenlijk naar refereert als zijnde het Eurosysteem.

Ten derde specificeert het contract dat het primaire doel van de centrale bank het behouden van prijsstabiliteit is – wat ook het criterium is voor haar succes. De centrale bank is verantwoordelijk voor alleen dit doel, boven alle andere. De consensus op dit fundamentele punt is afgeleid van academisch onderzoek en empirische ervaring over vele decennia. Over het algemeen wordt aangenomen dat, indien de centrale bank er niet in slaagt de prijsstabiliteit te waarborgen, er weinig overblijft dat een bijdrage kan leveren aan economische groei en voorspoed. In dit opzicht heeft de euro bijgedragen aan zowel de solidariteit als aan de stabiliteit van de gemeenschap die ze dient.

Het Verdrag van Maastricht bepaalt eveneens de instrumenten waarmee de centrale bank haar missie kan uitdragen – met name haar onafhankelijkheid – en wat de grenzen zijn waarbinnen ze moet opereren.

Maar geen contract is compleet zonder de specificering van de verantwoordelijkheden van diegen die het contract ondertekenen en de procedures waarmee op de naleving van het contract kan worden toegezien. Het verdrag komt ook tegemoet aan deze zorgen. Mijn collega’s in de Raad van Bestuur van de ECB en ik brengen regelmatig verslag uit aan het Europese Parlement – en daarmee aan het algehele publiek – ten aanzien van ons beleid. Via dit kanaal en via de rapporten die we regelmatig uitgeven over onze activiteiten, kunnen mensen voor zichzelf beoordelen of wij ons aan onze contractuele verplichting houden om de integriteit van het geld te bewaken.

De legitimiteit en geloofwaardigheid van dit constitutionele contract – waaraan de euro ten grondslag ligt – vertrouwt ook op haar duurzaamheid. Een contract kan geen vertrouwen uitstralen als de voorwaarden ervan voortdurend worden aangepast.

Nu ik Nicolas Oresme heb genoemd als vroege theoreticus ten aanzien van de rol van geld, zal ik ook zijn woorden citeren met betrekking op dit onderwerp. Woorden die ik, 640 jaar na dato, nog steeds kan beamen: “Moneta debet esse quasi quaedam lex et quaedam ordinatio firma” , geld moet zo degelijk zijn als de wet. Dat is van toepassing op zowel de constitutionele waarde van geld als op haar economische waarde. Het was daarom verstandig dat de architecten van het verdrag ervoor gekozen hebben de monetaire grondwet van Europa niet alleen degelijk te maken, maar het meest degelijke van de hele wereld. In de zin dat ze waarschijnlijk het moeilijkste is om aan te passen.

Richting een derde contract

We weten dat de gedurfde stap als het opzetten van een muntunie onderdeel is van een groter proces van Europese eenwording. Niet alleen in economisch, maar ook in politiek opzicht. Vandaag wordt een nieuw pad verkend: de Conventie over de Toekomst van Europa is gevormd. Haar taak is om voorstellen te maken over zowel de verdere constructie van een verenigd Europa als over het stroomlijnen en democratiseren van de structuur van de Unie.

Als ze deze taak succesvol kan volbrengen, dan zal de Conventie met effective en transparante politieke structuren en processen een bijdrage kunnen leveren aan de bestaande economische grondwet. Op dezelfde manier waarop de economische grondwet – omdat ze gebaseerd is op degelijke principes – in staat is de toekomstige uitdaging aan te gaan, zo zal Europa als geheel beter uitgerust zijn om aan de verwachting van haar burgers te voldoen. Het is deze manier, waarop Europa beter in staat zal zijn de uitdagingen aan te gaan waarmee ze geconfronteerd zal worden, of die nou van binnenuit of van buitenaf komen, en om de inteationale verantwoordelijkheid aan te nemen evenredig aan haar omvang en relevantie.

We zouden ons kunnen afvragen wat we mogen verwachten van de Conventie, binnen ons interessegebied en onze verantwoordelijkheid, voor wat betreft de bewaking van de waarde van onze munt. Toen ik Nicolas Oresme citeerde gaf ik impliciet al mijn zienswijze. Ik beschouw de economische grondwet, zoals die er nu ligt en zoals deze in het verdrag is vastgelegd, over het geheel als voldoende. Ze is gebaseerd op degelijke principes en is in staat de uitdagingen van de toekomst aan te gaan. In het bijzonder geldt dit voor de fundamentele kenmerken van de monetaire unie en het ESCB, de instituties van het monetaire contract waar ik zojuist op gewezen heb.

Conclusie

Nu het monetaire hoofdstuk van de grondwet voltooid is wil ik mijn opmerkingen verwoorden in een conclusie:

Al meer dan tien jaar heeft de euro – als een doelstelling – hoop en vrees gekristalliseert en zowel kritiek als lof ontvangen. Niet alleen in relatie tot het vooruitzicht van een enkele munt, maar ook in relatie tot het hele proces van Europese integratie. De introductie van de euro was een gedenkwaardige gebeurtenis voor Europa, die mogelijk is gemaakt door de twee contracten waarover ik het zojuist heb gehad.

Als eerste het geld zelf, dat het contract is dat een band schept tussen de mensen van de Eurozone – en die ook banden kan smeden met alle andere gebruikers van de euro, wie dat ook maar mogen zijn. Ondanks het feit dat de euro formeel al meer dan drie jaar bestaat wordt  de realiteit van dit contract pas gevoeld met de komst van bankbiljetten en munten. De bankbiljetten zijn, op hun eigen manier, een fysieke verschijning van het sociale contract dat geld is. De euro staat dus symbool voor de Europese Unie, een gemeenschap van mensen.

Het tweede contract is het constitutionele contract dat de centrale bank – de Europese Centrale Bank – verbindt met alle burgers van Europa. De bankbiljetten zijn een fysieke vertegenwoordiging van daat contract en mijn handtekening op alle bankbiljetten is daar getuige van.

Mijn afsluitende woorden, beste President Ciampi, wil ik adresseren aan u en zijn van een meer persoonlijke aard.

Ongeveer vijftig jaar geleden was Luigi Einaudi een van uw voorgangers als gouveeur van de Banca d’Italia en tevens president van de Italiaanse Republiek. Hij voorzag in de jaren ’20 al de bedreigingen die zich voordeden voor het bewaren van de vrede, en zelfs voor de beschaving, bedreigingen die komen van een vijandige groep verdeelde landen. Hij pleitte voor een verenigd Europa. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij verbannen was naar Zwitserland, schreef hij met een geweldige vooruitziendheid dat een gemeenschappelijke markt en een gemeenschappelijke munt de manier was waarop Europa herbouwd moest worden.

U, President Ciampi, heeft verder gebouwd op zijn nalatenschap. In woord en daad heeft u helder uw geloof in een monetaire unie tentoongesteld, in uw Europese geloofsbrieven en uw toewijding voor een verenigd continent.

Laten we hopen dat Europa op dit pad van eenheid blijft en dat tot het einde zal blijven volgen.

Ik wil u bedanken voor uw aandacht, en natuurlijk namens onze gemeenschappelijke munt, de euro. Ik bedank de Charlemagne Prize Association voor deze prijs.

Over Wim Duisenberg: Wim Duisenberg was vanaf 1998 de eerste president van de Europese Centrale Bank. Vanuit die positie was hij één van de drijvende krachten achter de invoering van de euro. In de zomer van 2003 trad hij af als ECB-president, om deze taak over te dragen aan de Fransman Jean-Claude Trichet. Wim Duisenberg overleed in 2005 op 70-jarige leeftijd in zijn villa in Faucon.

Dit artikel verscheen eerder op Marketupdate

BronECB

European Central Bank
Directorate Communications
Press and Information Division
Kaiserstrasse 29, D-60311 Frankfurt am Main
Tel.: +49 69 1344 7455, Fax: +49 69 1344 7404
Inteet: http://www.ecb.europa.eu

Waarom is goud vrijgesteld van btw?

Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom u geen btw betaalt over de aankoop van gouden munten of goudbaren, terwijl u wel belasting betaalt voor andere metalen als zilver, platina en palladium? Wat is de gedachte achter deze vrijstelling? En waarom geldt deze uitsluitend voor goud? In dit artikel geven we meer uitleg over het hoe en waarom van deze btw vrijstelling voor goud.

Waarom is goud vrijgesteld van btw?

Op 17 oktober 1998 werd in de Europese Unie een nieuwe wet aangenomen waarmee beleggingsgoud in de hele eurozone werd vrijgesteld van btw. Goudbaren met een zuiverheid van tenminste 99,5% en een ‘gangbaar gewicht’ zijn sindsdien zonder btw te verhandelen. Een certificaat van echtheid van de smelterij is geen vereiste. Ook gouden munten zijn vrijgesteld van btw, mits deze tenminste 90% goud bevatten, na 1800 geslagen zijn en mits deze in het land van oorsprong wettig betaalmiddel zijn of zijn geweest. Ook geldt dat de marktwaarde van de gouden munt niet meer dan 80% boven de intrinsieke waarde van het goud mag liggen.

De reden waarom goud is vrijgesteld van btw laat niets aan de verbeelding over. Hieronder staat de samenvatting van de betreffende wet, waarin duidelijk wordt uitgelegd dat men op deze manier het gebruik van goud als financieel instrument wil stimuleren. In het verleden werd goud in veel Europese landen nog wel met btw belast, maar met het vooruitzicht van een gemeenschappelijke munt en vrij verkeer van kapitaal binnen de Eurozone werd besloten om de fiscale regels ten aanzien van goud in alle landen van de muntunie gelijk te trekken.

Teneinde het gebruik van goud als financieel instrument te stimuleren, installeert deze richtlijn een fiscale vrijstelling voor de levering van beleggingsgoud. Voorheen viel beleggingsgoud onder het gewone fiscale regime. Op basis van dit stelsel waren partijen beleggingsgoud in principe onderworpen aan btw, een aantal lidstaten echter konden deze leveringen, op provisorische basis, vrijstellen. De nieuwe richtlijn heft deze vorm van concurrentievervalsing tussen de lidstaten op en versterkt tegelijkertijd ook de concurrentiepositie van het communautaire goud op de markt.

Goud kopen wordt gestimuleerd

Goud wordt in veel Europese landen dus niet alleen erkend als financieel instrument, het wordt zelfs als zodanig gestimuleerd. Blijkbaar heeft men in Europa rekening gehouden met een toekomst waarin spaarders en beleggers zonder restricties geld kunnen omzetten in goud en vice versa. Dat is niet overal in de wereld zo, want in de Verenigde Staten moet je winstbelasting betalen op het moment dat je goud met winst weet te verkopen.

De Europese Commissie publiceert ieder jaar een overzicht waarin precies staat in welke landen je zonder btw goud kunt kopen. Hieronder staan alle landen waar beleggingsgoud dit jaar is vrijgesteld van btw.

In deze landen is goud vrijgesteld van btw (Bron: Europese Commissie)

Waarom zijn niet alle edelmetalen vrijgesteld van btw?

In de Europese Unie wordt alleen goud erkend als financieel instrument. Edelmetalen als zilver, platina en palladium worden aangemerkt als een grondstof, omdat deze metalen ook veel industriële toepassingen kennen. De industriële toepassingen van goud daarentegen zijn zeer beperkt, waardoor dit metaal zich uitstekend leent als een alternatief financieel instrument om in te sparen.

Ook centrale banken in de Eurozone erkennen goud als financieel instrument. Alle centrale banken van het Eurosysteem hebben goud op hun balans staan, dat vier keer per jaar gewaardeerd wordt tegen de actuele goudprijs. Dat goud is niet gekoppeld aan het geld en dient ook niet als direct onderpand voor het geld dat centrale banken in omloop brengen.

Hoe kan ik deze edelmetalen fiscaal aantrekkelijk aankopen?

Voor zilverbaren en platinabaren betaalt u het hoge btw-tarief, maar voor munten is een speciale regeling getroffen. Zilveren munten en platina munten mogen onder de margeregeling verhandeld worden, wat betekent dat u alleen btw betaalt over de winstmarge van de handelaar en niet over het metaal zelf. Wilt u als particulier zilver of platina kopen, dan zijn munten interessanter dan baren. Heeft u de mogelijkheid om zakelijk zilver of platina aan te kopen, dan kunt u de belasting op baren verrekenen.

Binnen de Eurozone worden zilver en platina met btw belast, maar in Zwitserland zijn ook deze edelmetalen vrijgesteld van deze belasting.

Dit artikel verscheen eerder op Marketupdate

Depositogarantiestelsel is een schijnzekerheid

Spaarders hebben er alle vertrouwen in dat hun spaargeld dankzij het depositogarantiestelsel nu veilig is, maar is dat wel terecht? Marketupdate duikt in het depositogarantiestelsel en concludeert dat het volstrekt onvoldoende is om spaarders te compenseren bij het omvallen van een grote bank.

Het is algemeen bekend dat het depositogarantiestelsel maximaal €100.000 per persoon per bank garandeert. Valt de bank om, dan worden haar spaarders voor maximaal dit bedrag gecompenseerd. Eventuele hypotheekschulden worden in dat geval verrekend met de spaartegoeden, wat overigens niet het geval is voor andere soorten leningen bij dezelfde bank. Heb je een gezamenlijke bankrekening, dan wordt er maximaal €200.000 uitgekeerd via het garantiefonds (€100.000 per persoon).

Deze informatie is overal op het internet te lezen, maar het heel moeilijk om terug te vinden wie er precies garant staat en waar het geld vandaan komt waarmee spaarders gecompenseerd worden. Na enig zoekwerk vonden we een paper van De Nederlandsche Bank en het Ministerie van Financiën, dat meer inzicht geeft in de exacte werking van het depositogarantiestelsel.

Depositogarantiestelsel

Alle banken die onder het garantiestelsel vallen moeten ieder kwartaal verplicht een bijdrage leveren aan het depositogarantiefonds. In tien jaar tijd zetten de banken in totaal een bedrag opzij dat gelijk staat aan 1% van alle gedekte spaartegoeden. Daarnaast betalen banken ieder kwartaal een risico-afhankelijke bijdrage en – indien nodig – een extra bijdrage voor het geval de spaartegoeden van de bank tussentijds zijn toegenomen.

De eerste kwartaalbijdrage van de banken aan het fonds was in juli 2012, wat betekent dat het depositogarantiefonds pas in de zomer van 2022 op volle sterkte is. Tegen die tijd ligt er een bedrag is kas waarmee ongeveer één procent van alle gedekte spaartegoeden in geval van nood gecompenseerd kan worden. De Nederlandse banken storten per jaar ongeveer € 450 miljoen in het fonds. Naar verwachting dragen de banken uiteindelijk € 3,5 tot € 4 miljard bij. De precieze omvang van de bijdrage is afhankelijk van het totale spaartegoed bij de banken.

Het geld in het depositogarantiefonds wordt beheerd door een stichting, die tevens bepaalt waar de reserves van het fonds in belegd moeten worden. De stichting werkt hiervoor samen met de Nederlandsche Bank. Volgens de paper wordt dit vermogen naar alle waarschijnlijk belegd in staatsobligaties. Het rendement dat daarmee wordt behaald blijft in het depositogarantiefonds.

Wat gebeurt er als een bank omvalt?

Valt een bank om, dan moeten alle spaarders gecompenseerd worden uit het garantiefonds. Indien dat bedrag groter dan wat het garantiefonds in kas heeft, dan moeten overige banken in één keer maximaal 5% van hun eigen vermogen neerleggen. Maar als de Nederlandsche Bank van mening is dat daarmee de financiële stabiliteit in gevaar komt zal die het maximum verlagen.

Uitbetaling van spaarders onder depositogarantiestelsel (Bron: DNB)

Is dat bedrag dan nog steeds niet toereikend, dan zal het depositogarantiefonds het resterende bedrag lenen op de kapitaalmarkt en de rente over deze lening betalen uit de kwartaalbijdrage van banken. Dit wordt verder beschreven in de volgende passage uit de paper.

Als het dgs geactiveerd wordt en het fonds daardoor uitgeput dreigt te raken, zal de DNB, zoals hiervoor beschreven, direct een ex post bijdrage van de banken verlangen. Indien banken door de ex post bijdrage de prudentiële grens van 5% van het eigen vermogen bereiken, zal er een tekort ontstaan. Aangezien DNB een tekort om monetaire redenen niet mag financieren zal de Stichting daarom de mogelijkheid hebben om in dat geval financiering aan te trekken.

Conclusie

Met de herziening en uitbreiding van het depositogarantiestelsel werd voorkomen dat spaarders massaal geld van de bank zouden halen. Mede dankzij deze maatregel en dankzij het besluit om de grens in de hele eurozone gelijk te trekken naar €100.000 kwam de rust op de financiële markten weer terug. In dat opzicht is het garantiestelsel zeer succesvol gebleken. Kijken we echter onder de motorkap van het Nederlandse depositogarantiestelsel, dan kunnen we niet anders concluderen dan dat het een boterzachte garantie is.

Sinds 2012 zetten banken ieder kwartaal wat geld opzij voor het garantiefonds, maar de bedragen zijn volstrekt onvoldoende om bezorgde spaarders gerust te stellen. Komt één van de drie grote banken in Nederland in de problemen, dan is het garantiefonds nog niet eens een doekje voor het bloeden. Andere banken moeten dan te hulp schieten, maar die zullen er in een dergelijk scenario ook niet best voor staan. Waar het uiteindelijk op zal uitdraaien is dat het depositogarantiefonds geld moet lenen om spaarders van de omgevallen bank te compenseren. De inleg van banken in het garantiefonds is dan nodig om de rente op die lening te betalen.

We kunnen concluderen dat het depositogarantiestelsel in Nederland niet veel meer is dan een schijnzekerheid voor spaarders. Het is alsof je een paar tientjes opzij zet om een mogelijke tegenvaller van duizenden euro’s op te vangen. In ieder ongunstig scenario zal de reserve van het depositogarantiestelsel volstrekt onvoldoende blijken en ben je als spaarder overgeleverd aan de centrale bank als ‘lender of last resort’. Spaarder, wees gewaarschuwd!

Dit artikel verscheen eerder op Marketupdate

‘Geld is een belofte die verbroken kan worden’

Vorig jaar werd ik geïnterviewd door Lenneke Arts en Joost van Kuppeveld van het Financieel Dagblad. Dat interview werd eind oktober 2016 gepubliceerd in een uitgebreid artikel over goud, waarvoor ook goudkenners als Jan Nieuwenhuijs (Koos Jansen), Sander Boon en Aerdt Houben (DNB) geïnterviewd werden.

Het interview met Aerdt Houben, directeur Financiële Markten van De Nederlandsche Bank, werd een dag eerder al gepubliceerd op de website van het Financieel Dagblad. Dat stelde mij in de gelegenheid een uitgebreide reactie te plaatsen op Marketupdate. Hieronder mijn interview dat vandaag verschenen is in het Financieel Dagblad. De andere interviews staan in de zaterdageditie van de krant en op de website van het FD.

‘Geld is een belofte die verbroken kan worden’

‘Ik studeerde bedrijfskunde, een studie vol modellen en theorieën die uitgingen van een bepaald fundament: het geldsysteem. Maar ik had geen flauw benul van de werking van geld, de bank, goud. Toen het systeem in 2008 vervolgens niet zo stabiel bleek als we dachten, ben ik me gaan verdiepen in geld en enthousiast geworden over goud. In eerste instantie door de vele stukken die ik las van bronnen als Willem Middelkoop (bekend als de ultieme ‘goudgelovige’, red.). Daarna ben ik me verder gaan verdiepen en heb ik andere bronnen gevonden.

Een jaar later heb ik de stap gezet: ik haalde al mijn spaargeld van de bank en kocht er gouden muntjes van. Omdat goud bij uitstek iets is wat je kunt vertrouwen. Je hebt geen “tegenpartijrisico”. Je kunt het namelijk gewoon vasthouden en aan de hand van verschillende kenmerken testen of het echt is. Bij papiergeld heb je te maken met een centrale bank en een overheid. Die hebben een bepaalde mening over het geld en kunnen een munt devalueren.

Daardoor is geld een belofte, een contract. Maar dat contract is niet altijd even goed. Overheden van landen als Griekenland, Italië en Spanje hebben in het verleden dat soort beloftes verbroken en de waarde van het geld uitgehold.

Dat wantrouwen jegens het systeem is wat mensen richting goud drijft. Zij zeggen: “Ik vertrouw het niet meer met die centrale banken die geld bijdrukken en de rente verlagen, dus ik wil gewoon uit dat systeem stappen en mijn spaargeld in eigen hand houden: fysiek goud kopen.” Goud is altijd van jou.

Door er veel over te schrijven wil ik mensen de ogen openen. Het heeft ook met verantwoordelijkheidsgevoel te maken. Het gaat niet goed, en daarover wil ik familieleden en andere mensen informeren. Uitleggen hoe het geldsysteem werkt, hoe banken werken. Vrienden begrijpen mijn keuze voor goud wel; zij zitten ook een beetje in goud. Niet zoveel als ik, maar ze geloven wel dat het een bepaalde plek verdient binnen je vermogen. Ook als je niet zoveel hebt.’

Bron: Financieel Dagblad, 29 oktober 2016

Analyse: Hoe werkt QE?

Quantitative Easing (QE) wordt vaak in verband gebracht met ‘geld drukken’ en ‘inflatiegevaar’. Ook zouden de banken flink meeprofiteren van de monetaire verruiming. Maar kloppen deze diep gewortelde overtuigingen wel? In 2009 begonnen zowel de Federal Reserve en de Bank of England met monetaire stimulering, door middel van het structureel opkopen van staatsobligaties. Toch is de inflatie niet uit de hand gelopen en is ook de omloopsnelheid van het geld niet explosief toegenomen. Hoe valt dat te verklaren? Marketupdate duikt in de materie en maakt het monetaire stimuleringsprogramma van de Bank of England inzichtelijk.

QE: Als het verlagen van de rente niet meer werkt

De centrale bank kan de geldhoeveelheid in de economie indirect sturen aan de hand van de rente. Door de rente te verhogen wordt het voor bedrijven en consumenten minder aantrekkelijk krediet af te sluiten bij de bank, waardoor de geldcreatie afremt. Verlaagt de centrale bank de rente, dan gaan bedrijven en consumenten meer krediet afsluiten en neemt de geldcreatie juist toe. Onder normale omstandigheden is de bepaling van de rente een vrij krachtig instrument van een centrale bank, maar in een ernstige crisis werkt dat instrument niet goed meer.

U kunt zich voorstellen dat bedrijven niet happig zijn om geld te lenen bij de bank, indien de vooruitzichten verslechteren en consumenten de hand op de knip houden. Een bedrijf dat geen enkele noodzaak ziet om te investeren zal geen lening afsluiten, ook niet bij een zeer lage rente. Voor de consument is dat niet anders. Die heeft misschien al schulden of is door de crisis minder zeker van zijn of haar inkomen. De natuurlijke reactie is dan om schuldposities af te bouwen (zie het versneld aflossen op hypotheekschuld) en meer te sparen. De behoefte om nieuwe kredieten af te sluiten kan opeens wegvallen, zelfs als lenen heel goedkoop wordt gemaakt door een lage rente van de centrale bank.

U begrijpt dat het voor het individu heel verstandig is om schulden af te bouwen en te bezuinigen, maar als iedereen dat tegelijk doet levert dat grote problemen op. Het beste voorbeeld daarvan is de Grote Depressie van de jaren dertig, waarbij consumenten en bedrijven ook massaal hun schulden begonnen af te lossen en de geldhoeveelheid in een paar jaar tijd met 1/3 kromp. De centrale bank greep toen niet in, met als resultaat dat veel bedrijven over de kop gingen en veel sociale structuren verwoest werden. De werkloosheid was hoog en wat volgde was een periode van heel veel ellende.

Geldcreatie

Met de ervaring uit het verleden proberen centrale banken een allesverwoestende deflatie zoals die van de jaren ’30 van de vorige eeuw te voorkomen. Daarvoor is Quantitative Easing in het leven geroepen. De centrale bank koopt activa – zoals staatsobligaties – en verstrekt in ruil daarvoor centrale bank reserves. Aan de hand van een schematisch overzicht van de Bank of England laten we zien hoe dat in zijn werk gaat. In dit voorbeeldscenario koopt de Bank of England £1 miljard aan staatsobligaties van een pensioenfonds. Hoe gaat dat in zijn werk?

Activaruil

De centrale bank zou in theorie £1 miljard aan bankbiljetten kunnen drukken en die kunnen overhandigen aan een pensioenfonds in ruil voor de staatsobligaties. Maar omdat zoveel cash geld niet praktisch is wordt de bank waar het pensioenfonds haar bankzaken regelt als tussenpersoon gebruikt voor de transactie. Anders dan een niet-financiële instelling (zoals een pensioenfonds) heeft een commerciële bank wel een rekening bij de centrale bank, wat de transactie vereenvoudigd.

De commerciële bank waar het pensioenfonds bij aangesloten is schrijft £1 miljard bij op de bankrekening van het pensioenfonds, in ruil voor £1 miljard aan staatsobligaties. Netto krijgt het pensioenfonds er dus geen geld bij, omdat het bedrag aan staatsobligaties dat onttrokken wordt gelijk is aan het bedrag dat de bank crediteert aan het pensioenfonds. Er vindt alleen een verandering plaats in de samenstelling van de portefeuille van het pensioenfonds. Die £1 miljard aan staatsobligaties die in handen zijn gekomen van de commerciële bank worden meteen doorgesluisd naar de centrale bank. In ruil daarvoor verstrekt de centrale bank voor £1 miljard aan reserves aan de commerciële bank. Wat groeit is het balanstotaal van de centrale bank, die zojuist £1 miljard aan staatsobligaties verkregen heeft. Tegenover die bezitting staat een verplichting van £1 miljard aan de commerciële bank in de vorm van reserves. Die reserves kan een bank vervolgens aanspreken om contant geld op te vragen bij de centrale bank, bijvoorbeeld als klanten meer contant geld opnemen.

Wat is de impact van QE?

Wat betekent QE voor het pensioenfonds?

Het bovenstaande schema laat zien dat er bij het pensioenfonds niets veranderd aan de totale omvang van de balans. Slechts de samenstelling van de portefeuille verandert, omdat er geld is ingebracht in ruil voor de staatsobligaties. Het pensioenfonds kan de nieuwe tegoeden gebruiken om andere beleggingen te doen, bijvoorbeeld in bedrijfsobligaties of in staatsobligaties van andere landen. De staatsobligaties die eerder in handen waren van het pensioenfonds hebben een plekje gekregen op de activazijde van de centrale bank balans en zijn in feite aan de kapitaalmarkt onttrokken.

Wat betekent QE voor de commerciële bank?

De balans van de commerciële bank groeit als gevolg van QE, want het is de commerciële bank die het bedrag van £1 miljard heeft bijgeschreven op de rekening van het pensioenfonds. De bank heeft een nieuwe IOU aan het pensioenfonds verstrekt (deposits) en ontvangt tegelijkertijd een IOU van de centrale bank (reserves). Daar hoeft een commerciële bank niet per definitie beter van te worden. Zo lang het pensioenfonds op het nieuw verkregen banktegoed van £1 miljard blijft zitten moet de bank daar aan het einde van het jaar rente over betalen. Tegenover deze rentelasten staan ook rente-inkomsten, die de bank ontvangt van de centrale bank voor de nieuwe tegoeden die geparkeerd staan bij de centrale bank. Het is dus niet zo dat een commerciële bank ‘gratis geld’ krijgt van de centrale bank. De centrale bank kan de hoogte van deze depositorente van tijd tot tijd afstemmen op de actuele situatie.

Zorgen die extra reserves niet voor inflatie?

Vaak wordt beweerd dat al die extra reserves in het banksysteem een stuwmeer vormen voor toekomstige inflatie, omdat die reserves ook weer uitgeleend zullen worden. Dat is onjuist, want banken lenen geen reserves uit. Ook is het niet het spaargeld van uw buurman dat u leent bij de bank. Als een bank een nieuwe lening verstrekt voegt ze simpelweg het bedrag toe op de rekening van de klant (passiva zijde) en zet ze daar een vordering van hetzelfde bedrag tegenover (op de activa zijde). Banken hoeven noch reserves, noch het spaargeld van uw buurman aan te spreken om een nieuwe lening te kunnen verstrekken. De nieuwe reserves die binnen het banksysteem gecreëerd worden als gevolg van QE spelen dus geen centrale rol.

Reserves zijn slechts een verplichting van de centrale bank naar de commerciële bank toe. Met deze reserves kunnen commerciële banken onderling betalingen doen, maar ze kunnen deze niet uitlenen in de reële economie. Uiteraard kunnen de reserves van banken dalen als iedereen besluit massaal contant geld op te nemen, maar het gevolg daarvan is dat de spaartegoeden in het banksysteem met dezelfde hoeveelheid afnemen. Ook dan vindt er netto geen verandering plaats van de hoeveelheid geld in omloop.

Als gevolg van QE kan de hoeveelheid geld in omloop zelfs dalen. Indien een bedrijf op de obligatiemarkt goedkoper kan lenen dan bij de bank, dan kan een bedrijf besluiten nieuwe obligaties uit te schrijven en met het opgehaalde geld leningen bij een bank af te lossen. Als toevallig het pensioenfonds in het hierboven gegeven voorbeeld die bedrijfsobligaties koopt, dan verdwijnt er dus geld uit de economie.

Conclusie

Quantitative easing is een effectief instrument van de centrale bank om de lange rente omlaag te drukken. Door staatsobligaties of hypotheekleningen uit de markt te halen verschuift de balans tussen vraag en aanbod, met als resultaat dat de rente op het schuldpapier dat de centrale bank op haar balans plaatst daalt. Indirect geeft QE ook een neerwaartse druk op de rente van andere obligaties, omdat de vrij gekomen middelen door beleggingsfondsen gebruikt kunnen worden om andere obligaties te kopen. Het mag duidelijk zijn dat QE op de korte termijn een gunstig effect heeft op de economie, maar daarmee is niet het hele verhaal verteld. Het aankopen van staatsobligaties verstoort namelijk het rentesignaal, dat normaal gesproken een weerspiegeling geeft van risico. Als een centrale bank de obligatiemarkt ondersteunt met QE wordt het voor de financiële markten veel moeilijker om risico’s te vergelijken op basis van de rente.

Een ander mogelijk nadeel is dat de markt gewend raakt aan het stimulerende beleid van de centrale bank, waardoor het met het verstrijken van de tijd steeds moeilijk zal worden het stimuleringsprogramma af te bouwen. Het gevaar loert dat de kapitaalmarkt verslaafd raakt aan de monetaire stimulering en de kunstmatige lage rente die daar het gevolg van is. Wat als de stimulering stopt en de lange rente weer begint te stijgen? Kan de economie dat wel dragen?

Bron: Money Creation in the modern Economy

Dit artikel verscheen eerder op Marketupdate

Macht verschuift richting Eurazië

De hoofdredacteur van Marketupdate werd onlangs door Edelmetaal-info geïnterviewd over de toekomst van het monetaire systeem en de transitie richting een multipolaire wereld. Wat betekent dit voor het dollarsysteem, voor de euro en voor goud?

Denk je dat het huidige monetaire systeem zoals we dat nu kennen in een revolutionaire omwenteling zal hervormen, of acht je de kans dat deze omwenteling met ‘pais en vree’ gaat?

De dollar werd de wereldreservemunt in een tijdperk waarin de Verenigde Staten de onbetwiste wereldmacht was. Vandaag de dag is de VS nog steeds een wereldmacht, maar die macht wordt aan alle kanten uitgedaagd. Het Euraziatische continent heeft in economisch, militair en technologisch opzicht een grote inhaalslag gemaakt. Aangezien de meeste mensen op dit continent wonen lijkt het logisch dat het economische zwaartepunt op termijn van het Amerikaanse naar het Euraziatische continent zal verschuiven.

Deze verschuiving zal niet zonder slag of stoot gaan, omdat een groot deel van de wereld nog steeds vastgeketend zit aan de Amerikaanse dollar. Dat is na de Tweede Wereldoorlog zo gegroeid als gevolg van Bretton Woods in 1944 en de deal die Kissinger in 1973 sloot met Saoedi-Arabië. Vlak na de Tweede Wereldoorlog accepteerde de rest van de wereld de dollar als wereldmunt vanwege de kracht van de Amerikaanse economie en de enorme goudvoorraad van meer dan 24.000 ton. Dat ging goed tot aan de jaren zestig, toen de rest van de wereld uit angst voor meer inflatie de overgewaardeerde dollar wilde inruilen voor goud.

Het monetaire systeem leek in 1971 vast te lopen, toen Nixon de koppeling tussen de dollar en goud losliet. Maar door een meesterzet van Kissinger kreeg de dollar een nieuw fundament, namelijk olie. Was de dollar tot 1971 nog gedekt door het Amerikaanse goud, vanaf 1973 werd de dollar gedekt door de enorme olievoorraden van Saoedi-Arabië. Het dollarsysteem was gered en iedereen schikte zich weer in de ondergeschikte rol ten opzichte van de wereldleider, de Verenigde Staten.

Spoelen we de tijd door naar vandaag, dan zien we dat de wereld aanzienlijk veranderd is. In 1989 viel de scheidingslijn tussen Oost en West-Europa weg en in 1999 lanceerden twaalf Europese landen een eigen valuta voor onderlinge handel. Daardoor werd de dollar voor het Europese continent al minder belangrijk. Zie ook de volgende kaart uit een rapport van de Bank for International Settlements (BIS).

Eurozone heeft bijna geen dollarreserves (Bron: BIS)

De laatste jaren stimuleren opkomende machten als China en Rusland het gebruik van de eigen valuta in internationale handel. Inmiddels bouwen zij hun dollarreserves verder af. Ook voegen deze landen goud aan hun reserves toe, omdat hun goudvoorraden nog relatief klein zijn in verhouding tot hun economische macht.

Het feit dat centrale banken wereldwijd hun dollarreserves afbouwen (inclusief Saoedi-Arabië) en goud kopen suggereert dat er al een geleidelijke transitie gaande is van dollarreserves richting goud. Ook de goudverkopen door verschillende Europese centrale banken zijn naar mijn mening onderdeel van deze wereldwijde herverdeling van de goudvoorraden. Europese landen hadden in verhouding tot de rest van de wereld teveel goud. Om draagvlak te creëren voor goud als belangrijkste monetaire reserve moesten ook Rusland en China voorzien worden van edelmetaal. Zo verkocht Nederland in 1992 goud aan de Chinezen.

Terugkomend op de vraagstelling: Het is niet te verwachten dat de Verenigde Staten hun exorbitante privilege zonder slag of stoot zullen opgeven. De dollar heeft waarde, omdat andere landen dollarreserves verzamelen. Ze verzamelen dollarreserves, omdat deze gebruikt kunnen worden om olie en andere grondstoffen te importeren. Zo lang olieproducerende landen hun product in dollars afrekenen blijft er dus veel vraag naar deze valuta.

Iedere poging om de petrodollar te ondermijnen worden door de Verenigde Staten beantwoordt met militair ingrijpen. De Irakese leider Saddam Hussein wilde olie in euro’s verhandelen en moest dat met de dood bekopen. De Libische leider Muammar Gaddafi wilde olie in goud te verhandelen en we weten allemaal hoe dat is afgelopen. In beide landen heerst nu chaos, omdat er geen legitieme regering is die de situatie onder controle kan houden.

Pas als grote landen zich tegen het dollarsysteem keren komt de transitie in een stroomversnelling. Iran heeft al een aanzet gegeven door olie alleen maar in euro’s te verhandelen, terwijl Rusland deze optie nog steeds open houdt. Het zou mij niet verbazen als Rusland op een dag het voorbeeld van Iran volgt en haar olie en gas ook in euro’s verhandelt. Daarmee verschuift het zwaartepunt op het Euraziatische continent van dollars naar euro’s.

In 2010 heeft Poetin al eens gezegd dat Rusland op een dag bij de euro komt. In een interview eerder dit jaar bevestigde hij dat een euro een stabiele munt is, ondanks alle economische en politieke uitdagingen waar Europese landen voor staan. Medvedev zei in 2012 dat hij de euro verwelkomt als nieuwe wereldmunt.

En wat denk je van de SDR?

Vanuit de Amerikaanse hoek wordt met enige regelmaat de ‘Special Drawing Rights’ (SDR) van het IMF naar voren geschoven, maar daar is in de rest van de wereld amper draagvlak voor. De toetreding van de Chinese yuan tot het valutamandje is meer symbolisch van aard, gezien de geringe weging van 10,92%. De rest van de wereld ziet de SDR vooral als een verlengstuk van het dollarsysteem, voortgebracht door een Amerikaans instituut als het IMF. Daar heeft econoom John Exter in 1973 een zeer interessant stuk over geschreven, dat we op Marketupdate vertaald hebben.

Het feit dat centrale banken van China, Rusland, Saoedi-Arabië en de ECB allemaal minder dan twee procent van hun reserves in de vorm van SDR bewaren suggereert dat er amper draagvlak is voor een nieuwe standaard die gebaseerd is op ongedekt fiatgeld en die geen enkele discipline vereist. Een veel groter deel van de reserves van centrale banken zit in goud. Het lijkt dus veel logischer om daar iets mee te doen.

Zal goud, een andere asset of Bitcoin een rol in een nieuw toekomstig monetair systeem kunnen spelen? Enerzijds als betaalmiddel, anderzijds als dekking?

Geen enkele centrale bank heeft haar munt vandaag de dag nog direct gekoppeld aan goud. De kans dat het edelmetaal weer zal terugkeren als betaalmiddel is ook zeer klein, vanwege het gemak van elektronische betaalmiddelen en papiergeld. Wat ik verwacht is dat het internationale monetaire systeem zich op termijn zal aanpassen aan de multipolaire wereld, wat betekent dat de dominante rol van de dollar plaats zal maken voor een wereld waarin verschillende handelsmunten (dollar, euro, yuan, roebel) naast elkaar bestaan en waarin het verzamelen van enorme valutareserves verleden tijd is. Zo heeft China sinds 2014 al een kwart van haar valutareserves afgebouwd.

Op dit moment speelt goud geen significante rol als monetaire reserve, omdat het door de lage goudprijs nooit voor dit doeleinde gebruikt zal worden. Willen landen hun overschotten en tekorten op de handelsbalans in de toekomst weer met goud vereffenen, dan vereist dat een goudprijs die vele malen hoger is dan nu. Daar is in de jaren zeventig regelmatig over gesproken door verschillende centrale bankiers, maar zover is het nog nooit gekomen.

Mijn verwachting is dat de Bitcoin geen rol van betekenis zal spelen in het internationale monetaire systeem. Daarvoor is het draagvlak nog te klein en het risico te groot. Maar de blockchain technologie achter Bitcoin is zeker interessant, bijvoorbeeld voor de ontwikkeling van een nieuw elektronisch betalingssysteem, waarmee mensen zonder tussenkomst van banken kunnen betalen.

Een decentraal betalingssysteem dat in theorie geen banken meer nodig heeft klinkt als een utopie, omdat het betalingsverkeer niet ontregeld kan worden door het omvallen van een bank. Maar er komen wel wat uitdagingen bij kijken om een dergelijk elektronisch geldsysteem op basis van blockchain uit te rollen. Is de technologie in staat om dagelijks miljoenen betalingen te verwerken en te verifiëren? En waar bewaar je dit virtuele geld? Doe je dat op je eigen computer of parkeer je deze toch weer bij een bank? En wie krijgt er controle over de geldcreatie?

Als betaalmiddel heeft Bitcoin (en de technologie erachter) zeker potentie, maar voordat het zover is moet er een breed draagvlak komen. Dat lijkt haast ondenkbaar zonder het initiatief van centrale banken, die de controle hebben over het fiatgeld dat iedereen vandaag de dag gebruikt.

Momenteel zie je dat er in veel landen wordt gedacht over het afschaffen van contant geld, hetzij de grote coupures, hetzij het systeem “contant geld”. Werkt dit de gang naar goud in de hand? Denk je dat het niet bij “denken” blijft?

Contant geld is een middel om je vermogen buiten het financiële systeem te bewaren. Het is een manier om te ontsnappen aan financiële repressie, maar slechts tot beperkte hoogte. We hebben in India gezien dat ook het bezitten van grote hoeveelheden bankbiljetten niet zonder risico is. Wanneer de overheid meer beperkingen oplegt aan het gebruik van contant geld wordt het ook minder aantrekkelijk om grote hoeveelheden contant geld te bezitten. In Nederland moest je na de Tweede Wereldoorlog al je bankbiljetten inleveren tijdens de grote geldzuivering van Lieftinck.

Met contant geld heb je de overheid en de centrale bank als tegenpartij risico, want het geld heeft alleen waarde zolang zij zeggen dat het waarde heeft. Dat is anders met fysiek goud, dat haar waarde ontleent aan het feit dat de overgrote meerderheid van de wereldbevolking het ook wil hebben. In een vertrouwenscrisis is goud dus de meest veilige haven voor je vermogen, omdat het geen tegenpartij risico kent.

Steeds meer mensen worden hiervan bewust en besluiten daarom een deel van hun vermogen in goud om te zetten. Maar we moeten niet vergeten dat het overgrote deel van de bevolking waarschijnlijk helemaal geen stappen zal ondernemen om geld uit het financiële systeem te halen. Die zullen compleet verrast worden door een zogeheten banking holiday of een herwaardering van goud.

Waar je eigen geld opslaan? Op de bank? Als edelmetaal? Als bitcoin? Of als….

Dat moet iedereen uiteindelijk voor zichzelf bepalen. Als je weinig vermogen hebt, dan volstaat een spaarrekening en een kleine buffer in contant geld. Heb je iets meer vermogen en wil je dat voor de langere termijn opzij leggen, dan kan het geen kwaad om een deel van je vermogen in edelmetalen te bewaren. Of je dat thuis of bij een derde partij wilt bewaren, dat is een keuze die iedereen voor zichzelf moet maken. Ook zou je een deel van je vermogen in de vorm van aandelen of vreemde valuta kunnen bewaren.

De rente is nu weer enigszins stijgende: is dit een korte termijn stuip of zal de rente inderdaad doorstijgen. Zal dat in Europa anders zijn dan in bijvoorbeeld de VS?

Dat is lastig te voorspellen, omdat er tal van factoren zijn die de rente beïnvloeden. Sinds de verkiezing van Trump in de Verenigde Staten is de rente sterk gestegen, omdat beleggers rekening houden met een hogere inflatie. Daarom geven ze momenteel de voorkeur aan aandelen boven defensieve beleggingen als obligaties en goud. Dat is mogelijk ook de reden waarom de goudprijs na de verkiezingen gedaald is. Beleggingsfondsen stappen eruit, terwijl particulieren het goud op dat soort momenten juist wel weten te vinden.

Hoe de rente zich in de VS en in Europa zal ontwikkelen is voor een deel afhankelijk van het monetaire beleid van centrale banken. Bouwt de ECB het stimuleringsprogramma verder af, dan zal ook de rente in de Eurozone stijgen. Ook kan de rente in de Eurozone verder oplopen als gevolg van politieke onzekerheid. In verschillende landen worden volgend jaar nieuwe verkiezingen gehouden en de extreme partijen staan in verschillende landen op grote voorsprong.

Op Marketupdate vinden we naast geld en goud gerelateerde artikelen ook meer geopolitieke. Hoe zie je de verhoudingen tussen de VS- China – Rusland – Europa? Welke ontwikkelingen zie je op korte en/of lange termijn. Hebben deze ook invloed op goud?

Zoals ik eerder al zei zien we een verschuiving richting een multipolaire wereld, waarin opkomende grootmachten als China en Rusland zich vaker zullen verzetten tegen het Amerikaanse beleid. Een goed voorbeeld daarvan is Syrië, waar de Amerikanen een ‘regime change’ in gang probeerden te zetten met de bewapening van ‘gematigde rebellen’. Had Rusland niet ingegrepen, dan was de chaos in Syrië nu waarschijnlijk veel groter geweest. Op militair gebied wordt er voor het eerst in lange tijd weer tegengas gegeven aan de VS, dat lijkt mij een gezonde ontwikkeling.

Op economisch gebied zien we dat de macht richting het Euraziatische continent verschuift. De succesvolle oprichting van de Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB) en de nieuwe investeringen in de ‘Silk Road’ laten zien dat China verdere economische integratie wil met Rusland en de Europa. Ook op andere gebieden hebben China en Rusland laten weten dat ze meer willen samenwerken, zelfs op diplomatiek gebied.

Ook op economisch gebied zitten deze landen op één lijn, door hun goudvoorraad uit te breiden en tegen de marktwaarde op de balans te zetten. Daarmee volgen deze landen het voorbeeld van de Eurozone, dat eveneens haar goudvoorraad naar de marktprijs waardeert. Dit zou je kunnen interpreteren als een voorbereiding op een reset van het monetaire systeem, waarin het zwaartepunt verschuift van valutareserves naar goudreserves.

Bron: Marketupdate / Edelmetaal-info

Analyse: China waardeert goudreserve naar marktwaarde

Afgelopen vrijdag schreven we al dat China in de maand juli 19 ton goud aan haar reserves heeft toegevoegd. Op zichzelf is dat al een interessant gegeven, maar minstens zo interessant is de constatering dat China haar goudvoorraad sinds kort waardeert naar de actuele goudprijs. In het verleden werd de goudreserve uitsluitend in troy ounce gerapporteerd, maar dat mag niet meer nu ze de boekhoudkundige regels van het IMF heeft overgenomen. In dit artikel leggen we uit wat er precies veranderd is en waarom het zo belangrijk is dat China haar goudreserve voortaan iedere maand waardeert tegen de goudprijs van dat moment.

Waarom neemt China de boekhoudregels van het IMF over?

De Chinese centrale bank wil dat de yuan wordt opgenomen in de Special Drawing Rights (SDR) van het IMF, een soort valutareserve waarvan de waarde gebaseerd is op een mandje van populaire valuta (dollars, euro’s, Britse ponden en Japanse yen). Iedere SDR vertegenwoordigt een claim op één van deze valuta en doet zich dus voor als een soort substituut (of aanvulling) op de goudreserves van landen. Wat daar precies het nut van is bespreken we binnenkort in een ander artikel.

Feit is dat de Chinese yuan op dit moment in zijn geheel niet vertegenwoordigd is in de SDR, terwijl China de laatste jaren is uitgegroeid tot een van de grootste economieën ter wereld. Ook heeft China de laatste jaren veel werk verzet om haar munt internationaal beter verhandelbaar te maken, onder meer door valutaswaps op te zetten met belangrijke handelspartners en door over de hele wereld ‘clearing houses’ te openen (1,2) die het voor handelspartners gemakkelijker maken om rechtstreeks transacties te doen in de Chinese munt.

China wil dat haar munt officiële erkenning krijgt en onderdeel wordt van het mandje van valuta waarop de waarde van de SDR gebaseerd is. Maar dat hield tegelijk in dat China aan een aantal voorwaarden van het IMF moest voldoen. Een van deze voorwaarden was dat China openheid zou geven over de goudreserve en een andere voorwaarde was dat China haar valutareserve en goudreserve voortaan zou waarderen volgens de internationaal geaccepteerde regels van het IMF. Deze regels kennen we als de Special Data Dissemination Standards (SDDS).

Was zijn Special Data Dissemination Standards?

De SDDS is een reeks van boekhoudkundige regels die het IMF in 1996 heeft opgesteld om beter inzicht te krijgen in de reserves van landen. Landen die deze regels hebben overgenomen (dat zijn er op dit moment 73, waaronder de meeste Westerse landen en de BRICS-landen) moeten op vastgestelde momenten de omvang van hun totale reserves doorgeven aan het IMF. China voldoet nog niet aan deze regels, maar heeft zich voorgenomen om dat in de toekomst wel te doen. Zo kondigde de Chinese premier Xi Jinping eind vorig jaar tijdens een G20 topoverleg in Brisbane haar voornemen aan te voldoen aan de Special Data Dissemination Standards.

Het overnemen van de boekhoudkundige regels van het IMF en het openstellen van de Chinese financiële markten moet bijdragen aan een grotere acceptatie van de Chinese yuan als alternatieve handelsvaluta. Op het moment van schrijven domineert de dollar het internationale handelsverkeer, maar het marktaandeel van deze munt wordt ieder jaar een stukje kleiner ten gunste van de Chinese yuan. Vooral in Rusland en in Afrika wint de yuan snel aan terrein als alternatief voor de dollar.

Van gewicht naar goudwaarde

Op de website van het het Chinese State Administration of Foreign Exchange (SAFE) publiceert de Chinese centrale bank iedere maand de omvang van de goudreserve in troy ounces en de omvang van de valutareserve in dollars. Dat zag er als volgt uit…

China heeft in juli 19 ton goud aan haar reserves toegevoegd

We schrijven verleden tijd, want dit maandstaatje is niet meer te vinden op de website van SAFE. De link die naar dit document verwees geeft nu een foutmelding. Het oude maandstaatje heeft plaats gemaakt voor een nieuwe variant die wél voldoet aan de standaard van het IMF…

China zet niet langer het gewicht, maar de waarde van de goudreserve op de balans (h/t: @koosjansen)

Leggen we deze twee overzichten naast elkaar, dan valt het volgende meteen op: Terwijl de goudvoorraad in juli 19 ton groter werd ging de waarde van de goudvoorraad met omgerekend $3 miljard omlaag… FOFOA rekende uit waar dit verschil vandaan kwam en kwam tot de conclusie dat de Chinese centrale bank haar goudreserve in de maand juni waardeerde op $1.170,24 per troy ounce en in juli tegen een veel lagere koers van $1.098,42 per troy ounce. Dat blijkt redelijk nauwkeurig overeen te komen met de goudprijs fixing van de laatste dag (en de laatste vrijdag) van iedere maand…

China waardeert goudvoorraad naar de Londen fixing (via FOFOA)

Marked to market

We hebben hier de bevestiging dat China haar goudreserve periodiek herwaardeert naar de actuele goudkoers. Maar waarom is dat zo interessant? Het is de erkenning van de centrale banken dat goud een vrij verhandelbare reserve is. Een bezitting waarvan de waarde tot stand komt op de vrije markt en niet door politiek besluit van overheden die de waarde van hun geld aan goud proberen vast te ketenen.

Het waarderen van de goudreserve naar de marktprijs staat gelijk aan de erkenning van een centrale bank dat valuta niet op gelijke voet staat met goud. De geschiedenis heeft ons geleerd dat papiergeld op de lange termijn altijd aan waarde verliest ten opzichte van goud en dat iedere koppeling tussen goud en geld gedoemd is te mislukken.

Centrale banken die hun goudreserve naar de actuele marktwaarde op de balans zetten erkennen dat hun eigen munt op termijn aan waarde kan verliezen ten opzichte van goud. Ook is het de erkenning dat het edelmetaal een vrij verhandelbare en bruikbare reserve is op de balans van de centrale bank, conform de eerste regel van het Central Bank Gold Agreement (CBGA) dat in 1999 ondertekend werd door vijftien verschillende centrale banken…

1. Gold will remain an important element of global monetary reserves.

Eurosysteem

Niet geheel toevallig was 1999 ook het jaar waarin de euro werd geïntroduceerd. Twaalf Europese landen introduceerden een nieuwe gemeenschappelijke valuta, de eerste ter wereld zonder koppeling aan goud en zonder een koppeling aan één specifiek land. De euro kwam voort uit de lessen die Europa geleerd heeft van twee grote Wereldoorlogen en het falen van het dollarsysteem dat na de Tweede Wereldoorlog naar voren werd geschoven als het nieuwe monetaire anker.

Met de introductie van de euro hebben de deelnemende landen een deel van hun monetaire soevereiniteit opgeofferd. Dat deden ze vanuit de gedachte om de burger te beschermen tegen een nieuwe valutaoorlog op het Europese continent. Ook besloten de lidstaten van de Eurozone hun goudvoorraden samen te voegen op de balans. Niet om de waarde van iedere euro te koppelen aan een bepaald gewicht in goud, maar om een solide fundament onder de muntunie te leggen waar de rest van de wereld op kon vertrouwen.

Het succes van de euro is zichtbaar aan het feit dat de munt nog steeds bestaat en dat het totaal aantal deelnemer sinds de introductie is toegenomen van 12 naar 19 landen. Ondanks alle negatieve berichten in de media hebben zeven landen besloten hun monetaire soevereiniteit op te geven in ruil voor de euro.

De erkenning van goud als waardereserve

De ECB was de eerste centrale bank die haar goudvoorraad niet langer waardeerde naar een historisch vastgestelde koers of naar het gewicht, maar naar de actuele goudwaarde. Dit model is door de jaren heen door verschillende landen overgenomen. Sinds 2006 waardeert ook Rusland de waarde van haar goudreserve maandelijks naar de marktwaarde en dit jaar is ook China daarmee begonnen. Door de goudvoorraad tegen marktwaarde te waarderen is een geleidelijke transitie mogelijk van het huidige internationale monetaire systeem (dollar als reserve) naar een nieuw monetair systeem (goud als reserve). Die transitie gaat heel langzaam en ziet er als volgt uit…

Van valutareserve naar goudreserve

De Russen deden hetzelfde…

Pro Goud blok

We zien dus dat het pro-goud blok (bestaande uit het Eurosysteem, Rusland en China) inmiddels op één lijn gekomen is voor wat betreft de waardering van hun goudreserves. Ook lijken de landen op één lijn te zitten voor wat betreft de functie van de goudreserve. Uit de herziening van het Central Bank Gold Agreement blijkt dat de landen van het Eurosysteem goud nog steeds zien als een belangrijke monetaire reserve. Rusland en China beamen dat, want deze twee landen hebben de afgelopen jaren voorop gelopen in het uitbreiden van hun goudreserve.

Dit is wat de Dmitry Tulin van de Russische centrale bank onlangs zei over de waarde van goud op de balans van de centrale bank:

“Zoals jullie weten breiden wij onze goudreserve uit, ook al zijn daar bepaalde risico’s aan verbonden. De goudprijs fluctueert weliswaar, maar daar staat tegenover dat het honderd procent gegarandeerd vrij is van wettelijke en politieke risico’s.”

Elvira Nabiullina, de gouverneur van de Russische centrale bank, is van mening dat Rusland de komende jaren meer goud moet kopen. In juni zei ze daar het volgende over:

“Recent experiences forced us to reconsider some of our ideas about sufficient and comfortable levels of gold reserves.”

Het Chinese State Administration of Foreign Exchange (SAFE) geeft in een recent persbericht een verklaring waar ook een positieve houding ten aanzien van goud blijkt. Op de vraag waarom het land haar goudvoorraad uitbreidt wordt het volgende antwoord gegeven…

“De goudreserve is een essentieel onderdeel van de gediversifieerde internationale reserves en veel centrale banken houden goud aan als onderdeel van hun internationale reserves. Ook China doet dat. Goud is, in combinatie met andere bezittingen, bevorderlijk voor de aanpassing en optimalisatie van het risico en rendement van de portefeuille. Vanuit een lange termijn strategisch perspectief zullen we op dynamische wijze de samenstelling van de internationale reserves blijven aanpassen, met als doel de veiligheid en liquiditeit van de reserves te waarborgen en waardebehoud en waardestijging na te streven.”

Conclusie

Het feit dat China haar goudvoorraad naar marktwaarde op de balans zet is een belangrijke stap richting het ‘demonetiseren’ van goud. Waar Europa mee begonnen is met de introductie van de euro wordt voortgezet door opkomende economische grootmachten als Rusland en China. Ook zij erkennen dat de waarde van goud door de markt bepaald moet worden en niet bij wet wordt vastgelegd tegen een bepaalde prijs.

Tegenover deze ontwikkelingen kan de Verenigde Staten weinig inbrengen. Zij waarderen hun goudreserve van ruim 8.100 ton nog steeds naar de laatste historische goudkoers van $42,22 per troy ounce. Door het goud nog steeds tegen een ongeloofwaardig lage koers op de balans te zetten ontkent de VS in feite dat goud een volwaardige reserve is die als zodanig gebruikt kan worden in het internationale handelsverkeer. Dat is geheel begrijpelijk, want de VS heeft er alle belang bij dat de wereld haar dollars in plaats van het geografisch verspreide goud blijft gebruiken.

Het is een kwestie van tijd voordat landen de dollar loslaten als monetair anker en terugkeren naar de stabiliteit en zekerheid van goud. Het erkennen van de vrije marktprijs van goud is een belangrijke stap in deze richting.

Voetnoot: Dit artikel is gebaseerd op de analyse die FOFOA onlangs plaatste op www.freegoldspeakeasy.com (login vereist). Leest u graag meer van dit soort artikelen, meldt u zich dan via deze pagina aan voor een lidmaatschap ($110 per half jaar). Goudanalist Koos Jansen van Bullionstar ontdekte dat China haar goudreserve naar de marktprijs waardeert.

Europa, Rusland en China erkennen de waarde van goud

Bron: Marketupdate

Banken lenen geen reserves uit!

Velen maken zich zorgen over de Quantitative Easing (QE) van de Amerikaanse centrale bank. Door het stimuleringsprogramma van de Federal Reserve groeien de overtollige reserves op de bankbalansen, reserves die zich ophopen tot een ‘stuwmeer’ van potentiële inflatie. Maar is dat wel een juiste voorstelling van zaken?

Quantitative Easing

Iedere maand koopt de Federal Reserve tientallen miljarden dollars aan hypotheekleningen en Amerikaanse staatsobligaties van banken onder het QE programma. Dit stimuleringsprogramma is in feite niets meer of minder dan een uitruil van activa. De centrale bank koopt het schuldpapier van de banken en geeft daar tegoeden bij de centrale bank voor terug, de zogeheten Excess Reserves. Deze digitale tegoeden parkeren banken bij de Federal Reserve en komen dus niet in de economie terecht. Wat banken in feite doen met QE is het anders indelen van hun portefeuille. Bezittingen dit eerst werden aangehouden in de vorm van hypotheekleningen en staatsobligaties worden nu vervangen door reserves.

De onderstaande balans is een vereenvoudigde weergave van de balans van een commerciële bank. De activa zijde van de balans bestaat uit drie componenten: reserves, leningen en obligaties. Als de Federal Reserve hypotheekleningen en staatsobligaties koopt van de bank daalt de hoeveelheid Loans (L) en de Bond Holdings (B). In ruil daarvoor krijgt de bank een tegoed bij de centrale bank voor hetzelfde bedrag, een stijging in de Reserves (R). Zoals u ziet verandert door QE alleen de samenstelling van de balans van commerciële banken en niet de omvang van de balans.

Verandering balans commerciële bank door QE (Bron: S&P)

De balans van de centrale bank groeit wel door QE, omdat ze de staatsobligaties en hypotheekleningen koopt met nieuwe middelen die uit het niets gecreëerd worden. Dit zijn de Excess Reserves die banken krijgen in ruil voor het schuldpapier. Hieronder ziet u hoe de balans van de centrale bank verandert door QE. Aan de activa zijde groeien de bezittingen (staatsobligaties en hypotheekleningen) en aan de passiva zijde van de balans groeien de verplichtingen aan commerciële banken in de vorm van tegoeden (Excess Reserves).

Verandering balans centrale bank door QE (Bron: S&P)

Dat er bijna een één op één relatie bestaat tussen het stijgende balanstotaal van de Federal Reserve en de overtollige reserves van commerciële banken bij de centrale bank wordt geïllustreerd door de volgende grafiek. Het geld dat de Federal Reserve ‘in de economie pompt’ komt dus helemaal niet in de economie terecht. Het blijft binnen het banksysteem als een reserve en heeft daardoor geen directe invloed op de consumentenprijzen. Vandaar dat ook in de VS de inflatie nog niet uit de hand is gelopen.

Onderstaande grafiek is eigenlijk de weerspiegeling van de mutaties op de centrale bank balans, zoals we die hierboven hebben weergegeven. De rode lijn geeft de totale bezittingen van de centrale bank weer, waar de honderden miljarden dollars aan hypotheekleningen en staatsobligaties onder vallen. De zwarte lijn geeft de hoeveelheid Excess Reserves weer, de tegoeden die commerciële banken hebben bij de Federal Reserve.

Overtollige reserves bij de Fed loopt in lijn met groeiend balanstotaal door QE

Hoe creëren banken een lening?

We weten nu dat banken overtollige reserves bij de Federal Reserve opstapelen als gevolg van het QE programma. Maar in hoeverre heeft dat impact op de manier waarop banken geld uitlenen aan bedrijven en consumenten? Een voorbeeld…

Op het moment dat iemand zijn handtekening zet onder een lening van €10.000 wordt dat bedrag door de bank bijgeschreven op de balans als zijnde een lening aan de activa zijde (Loan). De bank heeft immers een vordering van €10.000 (plus rente) op de persoon die de lening aan gaat. Tegelijkertijd krijgt deze persoon een bedrag van €10.000 bijgeschreven op zijn rekening (Deposit). De lening wordt niet gecreëerd uit de reserves en ook niet uit de bestaande banktegoeden van spaarders. In feite creëren leningen spaartegoeden en is al het spaargeld in de oorsprong als een lening door commerciële banken gecreëerd.

Dit gebeurt er op het moment dat een bank een nieuwe lening uitgeeft (Bron: S&P)

Waarvoor dienen de reserves dan wel?

Banken moeten reserves aanhouden voor het geval iemand geld van de bankrekening wil halen. De bank heeft munten en bankbiljetten nodig zodra iemand geld van zijn of haar bankrekening wil opnemen via de pinautomaat of aan de balie. Die munten en bankbiljetten haalt een commerciële bank bij de centrale bank en daar gebruikt ze haar reserves voor. Op de balans van de centrale bank ziet dat er als volgt uit.

Reserves bij centrale bank dalen bij toename geld in circulatie (Bron: S&P)

Chartaal en giraal geld

Een commerciële bank heeft dus reserves nodig voor zover klanten een voorkeur hebben voor contant geld. Zo lang het geld in girale vorm circuleert in de economie hoeft er dus helemaal geen aanspraak te worden gemaakt op de reserves van banken. Daar ligt de relatie tussen de reserves en het geld dat banken uitlenen. De reserves dalen als de vraag naar contant geld in de economie toeneemt en de reserves nemen toe als de behoefte aan contant geld afneemt.

Als iemand geld leent van bank A en dat geld gebruikt om een digitale betaling te verrichten aan iemand die een rekening heeft bij bank B, dan is er zelfs helemaal geen verandering in de reserves in het banksysteem. Wanneer iemand bij bank A een bepaald bedrag contant opneemt en dat geld vervolgens weer gestort wordt bij bank B, dan is er slechts tijdelijk een verandering geweest in de hoeveelheid reserves.

Voor het banksysteem als geheel kan de hoeveelheid reserves alleen dalen voor zover de klanten van de bank geld van hun rekening halen en dat in de vorm van contant geld bewaren buiten het banksysteem. Het is dus vrijwel onmogelijk voor een commerciële bank om al haar overtollige reserves uit te lenen, ook al zou ze dat willen… Laat staan dat het banksysteem als geheel in staat is om de overtollige reserves weg te werken middels leningen aan particulieren en bedrijven!

De overtollige reserves in het banksysteem kunnen wel verkleind worden zodra de centrale bank besluit om het QE programma terug te draaien (staatsobligaties en hypotheekleningen terug op de markt brengen). Maar of dat ooit gaat gebeuren…?

Reserves vormen geen rem op kredietcreatie banken

De hoeveelheid reserves vormt in het moderne banksysteem geen rem op de kredietcreatie. Centrale banken zorgen ervoor dat er genoeg reserves in het banksysteem zijn, zodat de interbancaire rente op het niveau blijft dat de centrale bank zegt te willen handhaven. In het geval van de Federal Reserve worden er dus voldoende reserves beschikbaar gesteld door de centrale bank om de rente op de interbancaire markt op 0 tot 0,25 procent te houden.

Banken lenen geen reserves uit en doordat de centrale bank een bepaalde korte rente nastreeft zal er dus ook geen tekort aan reserves ontstaan binnen het banksysteem. Als blijkt dat banken teveel kredieten verstrekken en potentieel meer reserves nodig hebben, dan kan de centrale bank interveniëren door minder reserves aan te bieden. In dat geval stijgt de rente en wordt het weer minder aantrekkelijk om geld te lenen.

Op dit moment wordt de kredietcreatie door banken in de Verenigde Staten dus niet beperkt door de hoeveelheid reserves. Omgekeerd geldt dat een voortzetting van het QE programma door de Federal Reserve (en dus een toename van de overtollige reserves van banken) ook geen impuls zal geven aan de vraag naar kredieten vanuit de reële economie. De rente is immers al zeer laag en kan niet veel verder omlaag worden gebracht.

Omdat de monetaire stimulering van de Federal Reserve een drukkend effect heeft op de rente wordt het voor consumenten en bedrijven goedkoper (en dus aantrekkelijker) meer krediet op te nemen. Indirect heeft dat dus wel een effect op de inflatie, omdat een toename in het aantal kredieten een prijsopdrijvend effect kan hebben.

Conclusies

Uit bovenstaande kunnen we de volgende drie conclusies trekken.

  1. Banken lenen geen reserves uit: Ze creëren nieuwe leningen en daarmee tegelijkertijd nieuwe tegoeden. Voor die tegoeden moeten ze reserves aanhouden. Het geld voor die nieuwe leningen komt ‘uit het niets’ en is alleen gedekt door de belofte van de lener om terug te betalen.
  2. Reserves zijn geen stuwmeer van inflatie: De capaciteit van banken om kredieten te verstrekken werd al niet beperkt door de hoeveelheid reserves. Meer reserves bij de rente van bijna 0% stimuleren banken niet om meer uit te lenen.
  3. QE heeft geen direct effect op inflatie: De Quantitative Easing van de centrale bank is een uitruil van staatsobligaties en hypotheekleningen voor tegoeden bij de centrale bank. Er sijpelt niet rechtstreeks geld door naar consumenten en bedrijven. Indirect draagt QE wel bij aan meer kredietverlening, doordat de lange rente kunstmatig laag wordt gehouden.
Stack of One Hundred Dollar Bills U.S.

Excess Reserves zijn geen stuwmeer van dollars die klaar liggen om uitgeleend te worden…

Bron: Repeat After Me: Banks Cannot And Do Not “Lend Out” Reserves (Standard & Poor’s)

Dit artikel verscheen eerder op Marketupdate